|
Hoofdstuk I, Kozijnen en projecten
Kozijn A Groothandelsgebouw
Het groothandelsgebouw staat sinds 1992 op de gemeentelijke monumentenlijst van Rotterdam. En is belangrijk als hét monument van de verwoeste stad
Architect Huig Maaskant (architectenbureau Ir. W. van Tijen en H.a.Maaskant)
Het groothandelsgebouw is tot stand gekomen tijdens de wederopbouw van Rotterdam in 1950. In een korte tijd van gunstige politieke, juridische, maatschappelijke en financiële omstandigheden werd een zeer omvangrijk collectief gebouw tot stand gebracht.
Het basisplan gaf de stad Rotterdam de gelegenheid de stad te herbouwen op een grotere -eigentijdse- schaal. Dimensies van het Groothandelsgebouw gaven de stad maat en moderniteit aan waarmee de stad moest worden herbouwd.
Een representatief gebouw voor het architectuurklimaat van de jaren 40 en 50, waarin de tegenstellingen tussen modernisten en traditionalisten werden verzacht door een 'shake hands' houding.
Het gebouw heeft een strakke hoofdvorm maar niet rechthoekig. De zijde aan het stationsplein is naar binnengeknikt terwijl de gevel aan het Weena een knik naar buiten vertoont.
Een strakke begrenzing aan de bovenzijde met slechts uitzonderingen t.p.v criterion (filmzaal) en de cantines boven de ingangen. Grote hoogteverschillend zijn door Maaskant vermeden omdat zij de straatwand zouden op delen.
Het gebouw werd in de lijn van de nog jonge modernisme stroming ontworpen van binnen naar buiten. Interne verkeersafwikkeling en niet uiterlijk vormde de basis van het uiterlijk, de opbouw en organisatie van het gebouw.
De expeditiestraten, liften en middengangen vormde de basis.
Als hoofdelementen kunnen vier onderdelen worden aangemerkt:
- de buitengevel
- het dak
- de collectieve
- en openbare buitenruimten
Drie binnenkuipen met liften zorgen voor toetreding van daglicht aan de binnenzijde van het gebouw.
Door middel van een hellingbaan is het mogelijk de eerste verdieping te bereiken per auto of vrachtwagen voor het goederenvervoer. Op deze manier kon er voor gezorgd worden dat de buitengevel 'schoon' bleef
Expressionistische afbouwdetails in luifels, luchtkokers, zonwerende lamellen, verschillende betonsoorten zijn erg kenmerkend voor het gebouw.
Er bestaat een zeer nadrukkelijk onderscheid tussen neutrale (de nog onbepaalde werkruimten) en meer specifieke functies (trappenhuizen of kriterion) De meest specifieke ruimten bevinden zich op de plaatsen waar deze expressief het best konden worden uitgedrukt 9de plint, (gevelbeëindiging de hoeken van de lange gevels, de stationspleingevel) De neutralere ruimten bepalen het uiterlijk in de middengevels aan zowel de straat als de kuipzijden.
Materiaal accenten van terrazzo en grindbeton zorgen voor een verdere accent leggin op de verticale driedeling in het gebouw.
De functionalistische constructie is overal in het zicht gehouden en wordt benadrukt door verschillende dimentioneringen in de balken op plaatsen waar momentwaarden en krachtenverdeling dit van de constructie eisten.
Elementen van het opkomende industriële bouwen zoals schokbetonnen kozijnen bloembakken en borstweringen zijn belangrijke kenmerken.
Belangrijk verschil is er gemaakt tussen in het werk gestort en geprefabriceerd beton wordt benadrukt door de verschillende functies van de elementen. Dragende elementen zijn in het werk gestort en inbouw/afbouw elementen vervaardigd door middel van prefab. Door deze verschillende manier van fabricage ontstaat een zeer genuanceerd textuurverschil.
Naast beton wordt dit textuurverschil versterkt door eveneens in de fabriek vervaardigde houten/keramische/metalen bouwelementen.
Slanke stalen omrandingen van grote glasvlakken (winkelpuien op de beganegrond en ten plaatse van de hoekoplossingen op de beganegrond) zijn zeer contrasterend met het massieve beton.
Voor alle toegepaste elementen (hout/staal/beton) geldt dat deze worden gekenmerkt door een zekere mate van verfijning in detaillering en afwerking (profilering van betonkolommen en vloerranden).
Ten plaatse van de ingangen (de ceasuren in de gevel) wordt tegelwerk, terrazzo afwerking, glasmozaïek, basaltine en koper toegevoegd aan het 'eerlijke' beton toegevoegd.
De 'doffe' materialen worden slechts door mozaïek tegels en de coating op de liftdeuren doorbroken en zijn kenmerkend voor de associatie van kwaliteit met doffe materialen in de jaren vijftig.
Onderdelen beschrijving
De hier onderbeschreven onderdelen zijn beschreven zoals ze in de originele staat aanwezig waren. Door jaren lange ad hoc toevoegingen zijn er echter een heleboel elementen verdwenen.
Stationsplein / Weena
Lichtgekleurde stalen kozijnen met stoeltjes profielen. Een donkergekleurde hoeklijn zorgde voor een goede overgang van staal (licht) naar beton. De beide gevels hebben een publieke functie die is terug te vinden in de transparantie van materiaal en kleurgebruik. De publieksfunctie wordt verder nog versterkt door dat de winkelpuien aan deze twee gevels de vorm hebben gekregen van vitrine etalages.
De borstweringen ter plaatse van de winkelpuien (etalageruiten) is afgewerkt met antraciet kleurig terrazzo.
Toegangsdeuren worden gemarkeerd door een basaltine stoep.
Conradstraat / IJsbaanpad
De gevel is van oorsprong voorzien van schuifpuien, deze elementen zijn echter vervangen door nieuwe puien.
Op de kolommen zijn tegels aangebracht in een kader van terrazzo. De plinten zijn uitgevoerd in basaltine.
Deze twee gevels hebben een minder uitgesproken publieksfunctie dan de Weena zijde, welke als boulevard zijde bekend staat.
De vitrine etalages ontbreken daarom hier. Er zijn vlakke puien aanwezig die in een donker kleur zijn geschilderd waardoor een hop van het oorspronkelijke transparante effect verloren is gegaan.
Ter plaatse van de plint ontstaat door middel van kolommen en de borstwering een verticale geleding.
Luifels
De boven en voorzijde van de consoles voor de luifels waren van oorsprong met een koperen afdekstrip bekleed.
Middengevel Conradstraat / IJsbaanpad
Hoofdzakelijk een frame met invullingen, een opbouw van penanten en in het werkgestorte vloerranden met wafelmotief, penantconsoles met een lichte en strakke structuur.
Galerijen kuipen
De constructie die de basis vormt voor de indeling van schokbetonnen tussen penanten en houtenkozijnen die qua hoofdopzet van vorm gelijk zijn aan de schokbetonnen kozijnen aan de straatgevels.
De galerijen zijn teven aangekleed met meer interieurachtige elementen zoals terrazzo bloembakken, hekwerken en schokbetonnen balustrade panelen. De balustrade beplating is met witte cement afgewerkt.
Dakgevel
Van oorsprong bedoeld voor de gebruikers van het gebouw en nadrukkelijk gekoppeld aan de dakcantines en traphallen.
Het tegelwerk was van oorsprong uitgevoerd in een 'vrolijk' ruit patroon van grijze en witte basaltine tegels (nu in zijn geheel verdwenen en herplaatste van Zalencentrum engels vervangen voor 'standaard' betontegels.
Het dak was van oorsprong voorzien van met groen terrazzo beklede vrijstaande bloembakken. Betonnen terrasbanken gekoppeld aan de lantaarns (daklichten) van de ateliergangen op de zevende verdieping vormden een laatste beeldbepalend element op deze vijfde gevel.
Kozijn B, HGB3, Hoofdgebouw Drie van de Nederlandse Spoorwegen
Hoofdgebouw III der Nederlandse Spoorwegen is de originele naam, Het is een platafgedekt kantoorgebouw van vijf bouwlagen ? souterrain, bel?etage en drie verdiepingen ? geheel in baksteen in sobere cubistisch?expressionistische stijl naar ontwerp van G.W van Heukelom in 1918-21
Het is gebouwd rondom een rechthoekige binnenplaats en zogoed als geheel symmetrisch met zowel aan de buitenzijde als aan de zijde van de binnenplaats een hoger opgaand middenrisaliet met ingangspartij in elk der gevels (met uitzondering van de Z.W.?gevel aan de binnenzijde), en met hoogoprijzende trap?, annex watertoren ter bekroning van de aan de N.O.?zijde gesitueerde hoofdingang; het geheel omgeven door een lage bakstenen tuinmuur, deels samengesteld uit misbaksels en voorts voorzien van blokvormige verzwaringen, in correspondentie met de zich sprongsgew1js naar boven toe verjongende steunberen tegen de gevels, die respectievelijk 19 en 16 traveeën tellen. Behalve door deze steunberen worden de gevels verder geleed door de verdiept aangebrachte hoge smalle vensters met gelijke stalen roedenverdeling, doch variërend in lengte en breedte en ritmisch gegroepeerd per twee, drie of vier, in elke als een spaarveld behandelde travee met lisenen en tandfriezen ter omlijsting. De drievoudige hoofdingang met brede en hoge natuurstenen stoep, bevat recht afgesloten, zich sprongsgewijs verdiepende nissen waarin de dubbele houten deuren met koperen hekwerken zijn aangebracht en die worden bekroond door terracottafriezen, die evenals de vier hoger geplaatste gestileerde koppen zijn vervaardigd door W.C. Brouwer, alsmede loden lampenhouders, verzonken in de voorgevel en herhaald op de hoeken, voorzien van aan de Amsterdamse School verwante en krullende motieven. Aan de ZW?zijde eveneens een verdiepte ingangspartij in dezelfde trant als de hoofdingang, zij het enkelvoudig uitgevoerd, met dubbele stoep achter een hoge borstwering. Tegenover de N.O.?gevel tussen Moreelsepark en Catharijnebaan een tuinmuur in dezelfde trant met meanderachtige plattegrond ? uitgevoerd als rondom het hoofdgebouw. Het interieur bevat een grote ingangshal, de zogenaamde pilasterhal, die is voorzien van gemetselde pijlers en pilasters ? waarop gedrukte bogen rusten ?alsmede van een lambrisering van geglazuurde geel groene baksteen en van een vlakke balkenzoldering. Deze hal geeft aansluiting op de rondomgaande, in dezelfde trant uitgevoerde brede middengang ? voorzien van cassetteplafonds ?waarvan te weerszijden de op gelijke maateenheden gebaseerde werk? en vergaderruimten zijn gelegen, die elk een eiken deur bezitten en waarvan de oorspronkelijke eikenhouten lambrisering nog resteert in de commissarissenzaal en in de huidige personeelszaal; deze vertrekken bevatten voorts nog de oorspronkelijke balken zolderingen, die overigens gesteund worden door in het zicht gelaten betonbalken met consoles, alsmede een in keramiek uitgevoerde klok en ? in de commissarissenzaal ? drie koperen schuitvormige lampen uit de bouwtijd. Het hoofdtrappenhuis is rondom de toren ondergebracht, zodanig dat een doorzicht naar het cassetteplafond boven in de toren mogelijk is door diverse openingen tussen de pijlers, en is voorts verlicht door ornamentele glas?in?loodvensters; de zijtrappenhuizen zijn iets soberder uitgevoerd; de verdiepinghoogte wordt door een in keramiek uitgevoerd cijfer aangegeven, aangebracht tegenover de hoofdtrap. Sober gedetailleerd kantoorgebouw in eigentijdse baksteenbouw, opgezet volgens rationalistische principes ?herkenbaar in de symmetrische gelijkmatig verdeelde plattegrond en de toepassing van zoveel mogelijk vensters, alsook in de nadruk op de constructie door het gebruik van steunberen, pilasters en bogen ? en ontworpen in een cubistisch?expressionistische trant waarvoor de grote verscheidenheid in blokvormige bouwvolumes en de ritmische gevelindeling met vele nissen en uitgebouwde steunberen kenmerkend is: tevens van belang uit oogpunt van de administratieve ontwikkeling van de spoorwegen, ontstaan als het is naar aanleiding van de fusie van de Mij. tot Exploitatie van Staatsspoorwegen en de Hollandsche Spoorwegmaatschappij in 1917.
Kozijn C, Graansilo Korthals Altes,
'Van verre ziet men in het westen van het IJ het kolossale, bijna vensterloze gebouw uit het water oprijzen, dat door zijn robuuste vormen den indruk van kracht geeft als een middeleeuwsche burcht, maar aangenaam aandoet door een goede verdeling der muurmassa's en wat de inrichting betreft, aan de meest moderne eischen voldoet'.
Dit is de beschrijving die het Bouwkundig weekblad in 1898 publiceerde over de Graansilo Korthals Altes. Het gebouw had indruk gemaakt en dat maakt het nog steeds. Weliswaar niet meer als graanpakhuis ? die functie heeft het gebouw begin jaren '60 verloren ? maar het gebouw is nog steeds de moeite waard om te behouden.
De architect van de graansilo was de Amsterdamse architect?ingenieur Jacob E Klinkhamer (1854?1929). Deze volgde zijn opleiding aan de Polytechnische School in Delft waar hij later hoogleraar werd in de geschiedenis van de middeleeuwse bouwkunst en de utiliteitsbouw. Deze tweevakgebieden zijn verweven in de graansilo van de firma Korthals Altes. Klinkhamer beschouwde de nieuwe fabrieken, magazijnen en stationsgebouwen die aan het eind van de vorige eeuw overal verrezen als de kathedralen van zijn tijd.
De reden dat de graansilo het uiterlijk heeft van een burcht heeft een bijzondere achtergrond. Bij de uitvoering van de door hem ontworpen kruitsilo in Muiden had hij gesproken met een aantal legerofficieren. Daarbij
was hem duidelijk geworden dat er wel veel geld werd uitgetrokken voor de verdediging van Amsterdam, vooral door de aanleg van de 'Stelling van Amsterdam' ('de laatste verschansing' van het Koninkrijk), maar dat niemand had bedacht hoe de bevolking die zijn toevlucht zou zoeken binnen die stelling zou moeten worden gevoed. Klinkhamer en zijn opdrachtgever publiceerden deze visie op een pamflet en aan het eind van dit geschrift presenteerden zij een ontwerp voor een grote stenen silo aan het hoofdstedelijke havenfront. In grote gelijkenis met de silo die de architect tien jaar later voor Korthals Altes zou bouwen. De opdracht tot het ontwerpen van deze graansilo had Klinkhamer te danken aan zijn ervaring met het ontwerpen van graansilo's én aan zijn connecties met de betrokkenen. Eén van deze relaties was het Amsterdamse raadslid R.W.J.C. van den Wall Bake (1843?1910), die al betrokken was geweest bij meerdere projecten van Klinkhamer en kenner was van zijn kunde en ervaring. In deze tijd was ook J. Ph. Korlh??(1827?1904) Amsterdams raadslid. Hij was sterk betrokken dij de ontwikkeling van de havens en net als Van den Wall Bake een voorstander van een westelijke havenuitbreiding. Toen de N.V. Maatschappij exploitatie van Graansilo's en Pakhuizen in 1896 een ontwerper ik een te bouwen graansilo van bijna 17.000 ton was de keuze Klinkhamer dan ook vooral te danken aan deze raadsleden.
De opbouw van het bouwvolume van de graansilo is klassiek: een prononceerde middenpartij met hoger opgetrokken kap. Geflankeerd door vleugels die ordentelijk worden beëindigd met een verbijzondering in de eindvlakken. In de middenpartij zijn de stoommachinerie. de drijfriemen en -assen, de reinigingsapparatuur en het kantoor van de silobaas. Vleugels verbergen allebei 60 schachten met een totaal inhoud van 16.730.000 kilo. De opbouw van beneden naar boven laat een sokkel zien waarboven een zone met spaarvelden en lisenen en tenslotte een attiek met daarop de kap: een zadeldak met lichtstraat en dakkapellen. Op de zuid?oostelijke hoek zit een toren die als bastion aan het gebouw geplakt zit en een elevator bevat.
Aan de noordzijde is het stoomketelhuis geplaatst met losstaande schoorsteen. De bouw van een dergelijk pakhuis leverde een groot aantal technische problemen op. De silo is buitengewoon zwaar en er moest diep geheid: worden met relatief grote paaldiameters. De draagconstructie van de silo is ontworpen door ingenieur A.L.Gendt. De Aannemer was C. Wegerif uit Apeldoorn die de won met een aanneemsom van fl. 347.200,?.
Kozijn D, De Droogbak
Droogbak 1a,
kantoorgebouw Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij
(C.B. Posthumus Meyes sr, 1882/84)
Het gebouw van de Staatsspoor is een van de eerste grootschalige gebouwen van deze stad en met het spoor vervulde het een trekkersrol voor een heropleving van de welvaart van de stad, een keerpunt na een periode van verval.
Het fungeerde respectievelijk als rijksgebouw, kadaster, archeologisch museum en de laatste periode als Hogeschool. Recent is het gebouw Rijksmonument geworden.
Het gebouw bevat alle kenmerken van de Neo-renaissance.
Enkele originele stoombuizen uit de tijd van de bouw, met voor elke kamer een plaats voor een kolenkachel zijn tijdens de renovatie terug gevonden. En laten een grote kennis voor installatietechniek zien door Posthumus Meyes sr.
Een horizontaal gelaagde buitengevel van rode baksteen met natuursteen accenten en speklagen geven het geheel zijn neo-classicistische uitstraling en wordt gekenmerkt door klassieke vormen, uitgevoerd met zuilen, architraven en frontons.
Een oorspronkelijk met zink bekleed roevendak met een hekwerk en windwijzer. Met lood beklede torens
Een karakteristieke binnenhof met uitbouwen waarin trappen en toiletten waren ondergebracht.
Aan de straatzijde bevinden zich enkele kamers met historische schilderingen, historische plafonds en afgewerkte lijsten. Monumentale schoorstenen, bewerkte lambriseringen en gedetailleerde deuren maken dit gebouw zeer kenmerkend.
Bij entree van dit gebouw valt verder nog de houten historische trap op.
Kozijn E, Ripperda Kazerne Hoofdgebouw
1883-1884
Het hoofdgebouw was vroeger in gewone omstandigheden geschikt voor het huisvesten van 217 manschappen, terwijl in buitengewone omstandigheden in de bijgebouwen, scholen, eetzaal voor onderofficieren, bibliotheek, corridors en zolder nog eens 261 manschappen ondergebracht konden worden. Tegenwoordig worden er nog steeds soldaten in het gebouw gehuisvest. Er zijn slaapzalen, waslokalen, een keuken, kantine/eetzaal, leslokalen, kantoren en vergaderzalen.
Beschrijving:
Het hoofdgebouw maakt front naar het grote voorterrein, dat vroeger als exercitieveld werd gebruikt. Het is gebouwd op een langgerekt, rechthoekig grondplan met een risalerend middengedeelte en risalerende hoekvleugels. Het telt twee bouwlagen en een zolderverdieping, het midden gedeelte is hoger opgetrokken en heeft drie bouwlagen en een zolderverdieping. De gevels zijn opgetrokken in rode baksteen, afgewisseld met banden en blokken van Ruhrkolenzandsteen en Roche d'Euville. In de ontlastingsbogen is oranje baksteen verwerkt. Het metselwerk is uitgevoerd in kruisverband. Rondom loopt een zandsteen plint. De Mansardekap is gedekt met Duitse leien in een Maasdekking, De platte bovenvlakken van het gebouw waren oorspronkelijk met zink gedekt. Dat is nu vervangen door een bitumineuze dekking.
De voorgevel (oost) is symmetrisch van opzet en verticaal geleed in 7 traveeën. De traveeën, resp. 3?4?4?2?4?4?3 venster assen breed, worden gemarkeerd door het verspringen van het gevelvlak en het accentueren van de hoeken door gemetselde pilasters met zandsteen basementen en kapitelen. In de middentravee bevindt zich de hoofdentree in de vorm van een poort, gedecoreerd met zandsteen banden. Boven de poort is het opschrift 'Ripperda kazerne' in goudkleurige letters aangebracht. Deze middentravee heeft een torenachtig aanzien, is één bouwlaag hoger opgetrokken en gedekt met een leien dak, waarop een decoratief rondgaand gietijzeren hekwerk. Wat decoratie betreft is deze travee rijker behandeld: het fries onder de kroonlijst is van zandsteen, evenals de balustrade met klok en gebeeldhouwde ornamenten daarboven. Horizontaal is het gevelvlak geleed door de zandsteen cordonlijsten en de banden onder en tussen de vensters. Op de begane grond zijn rondboogvenster aangebracht, op de 1ste verdieping segmentboogvormige vensters en op de 2de verdieping (in het middengedeelte) rechte. Het gevelvlak wordt beëindigd door een geprofileerde kroonlijst. In de risalerende traveeën bevindt zich daaronder een fries met zandsteen blokjes in het metselwerk, waaronder een rondboogfries is aangebracht. In het dakvlak van deze risalerende traveeën zijn oeil?de?boeufs geplaatst. Het oorspronkelijke gietijzeren hek op de nok is in de loop der jaren verdwenen.
De achtergevel (west) is wat opbouw betreft een afspiegeling van de voorgevel. Het gevelvlak is minder rijk behandeld dan aan de voorzijde, maar heeft een onmiskenbare monumentaliteit. Het gevelvlak is vertikaal geleed in 9 traveeën. Het verhoogde en risalerende middengedeelte (in de voorgevel 3 traveeën van 4?2?4 venster assen breed) is in de achtergevel opgedeeld in 5 traveeën van resp. 1?2?3?2?1 venster assen. De oorspronkelijke indeling is nog zichtbaar op de 2de verdieping. Op de 1e verdieping werd in de 2 venster assen brede travee later een derde venster geplaatst, gelijkvormig aan de oorspronkelijke vensters. De begane grond is enigszins gewijzigd: rechts van het uitgebouwde portaal is een venster verdwenen en werd een venster vervangen door een deur. Gemetselde pilasters met zandsteen kapitelen en basementen zijn alleen toegepast in het middengedeelte en niet, zoals bij de voorgevel, in de risalerende hoekvleugels. De horizontale geleding, gevormd door zandsteen cordonlijsten en banden onder en tussen de vensters werd oorspronkelijk geaccentueerd door twee afdaken, ieder 9,70 m lang, ter weerszijden van het uitgebouwde portaal. Deze diende ter berging van voertuigen.

De linkerzijgevel (zuid) toont nog de oorspronkelijke indeling, met dien verstande dat de vensters van de uitgebouwde, voormalige nachtprivaten zijn dichtgezet. Ook in de rechterzijgevel (noord) zijn deze gedicht. Op de verdieping werd een extra raam geplaatst.
Het interieur is met de renovatie in 1985 aangepast aan de huidige eisen die aan het gebouw worden gesteld en bevat nog weinig oorspronkelijks. De indeling is gewijzigd, schouwen uitgebroken en de ijzeren trappen in de hoekvleugels zijn vervangen door betonnen trappen. Vermeldenswaard is slechts de hal met het trapportaal. In de hal is een gestuct, met lijstwerk geornamenteerd plafond bewaard gebleven. De wanden zijn gesierd met gestucte pilasters, door bogen onderling verbonden. De tussenliggende velden zijn gedeeltelijk bekleed met decoratieve tegeltjes. De originele vloertegels zijn nog aanwezig. Een monumentale gietijzeren staatsietrap met balusters gaat vanaf de begane grond met twee steken van 14 treden omhoog en leidt vanaf het bordes met een derde steek van 7 treden naar de 1ste verdieping. Vandaar twee steken van 11 treden omhoog en vanaf het bordes een steek van 10 treden naar de 2de verdieping. Naar de zolder heeft oorspronkelijk een houten trap gelopen.
Kozijn F, WTC, World Trade Center
|
In opdracht van het WTC wordt er de komende jaren gewerkt aan een facelift voor het 15 jaar oude WTC te Amsterdam. De oude blauwe spiegelglazen gevel, wordt vervangen door een transparanter type glas, welke past in het eisen pakket aan welke moderne kantoorruimten moeten voldoen.
Niet alleen wordt het gebouw stukken transparanter door het nieuwe groene (in plaats van blauwe) glas. Door het verlagen van de borstweringen wordt er tevens een extra lichttoetreding gerealiseerd.
Een uitstraling creëren die passend is bij de huidige nieuwbouw van de 'zuidas'
En moderne kantoor ruimten creëren welke voldoet aan de eisen van deze tijd.
|
|
Omdat het 'World Trade Center' in Amsterdam niet op de monumentenlijst staat een korte beschrijving van de beweegredenen voor de renovatie en werkzaamheden nu.
Naast de zeer uitgebreide gevel renovatie zijn daarom ook de trappenhuizen en liften vervangen. Deze werkzaamheden zijn momenteel afgerond en met legt de laatste hand aan de vervanging van de glazen gevel elementen.
Een nieuw entreegebouw moet zorgen voor uitstraling en allure, een vijfde toren voor extra ruimte.
Doel renovatie:
Het weer aantrekkelijk maken van de lokatie WTC. Passende in het 'zuidas' concept zorgen voor een internationale allure. Verbeteren van de transparantie en de interne vervoersstromen van het gebouw. En op deze wijze de in het complex aanwezige winkeltjes op de beganegrond stimuleren door toegankelijkheid van buitenaf te bevorderen.
|